Naar de inhoud
Contracten & bestekken ·

Hoge Raad over ernstige gebreken onder UAV-GC 2005: wat betekent dit voor contractmanagement?

Wanneer is sprake van een ernstig gebrek na oplevering onder UAV-GC 2005? Een arrest van de Hoge Raad van 25 september 2026 laat zien waarom veilig gebruik na het treffen van maatregelen niet vanzelf betekent dat zonder die maatregelen geen instortingsgevaar bestaat.

Interieur van de Hoge Raad in Den Haag, met zicht op de beelden langs de glazen gevel. Foto: Bas Kijzers / Rijksvastgoedbedrijf.

Het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag. Foto: Bas Kijzers / Rijksvastgoedbedrijf, CC0.

Een gebrek wordt ontdekt, delen van een gebouw worden ontruimd en er worden veiligheidsmaatregelen getroffen. Daarna kan het gebouw weer gedeeltelijk worden gebruikt. Betekent dit dat geen sprake is van een ernstig gebrek onder UAV-GC 2005? Die conclusie mag niet zomaar worden getrokken.

De zaak draait om het hoofdkantoor van Waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap had het ontwerp en de realisatie opgedragen aan ADS Groep. Op de overeenkomst waren de UAV-GC 2005 van toepassing, met contractueel vastgelegde afwijkingen.

Jaren na de oplevering ontstond discussie over gebreken aan de vloeren. Het waterschap nam veiligheidsmaatregelen en stelde de aannemer aansprakelijk. Daarmee kwam een belangrijke contractuele vraag centraal te staan: onder welke voorwaarden kan een opdrachtgever na oplevering nog een rechtsvordering wegens een gebrek instellen?

Vijf of tien jaar: het onderscheid in § 28

Paragraaf 28 van UAV-GC 2005 regelt de aansprakelijkheid voor gebreken na oplevering. Lid 2 bevat termijnen voor het instellen van een rechtsvordering wegens een gebrek waarvoor de opdrachtnemer volgens lid 1 aansprakelijk is.

Naast de vijfjaarstermijn kent deze bepaling een tienjaarstermijn voor twee situaties:

  • Het werk dreigt geheel of gedeeltelijk in te storten.
  • Het werk is ongeschikt geworden, of dreigt ongeschikt te worden, voor de overeengekomen bestemming. Die toestand kan alleen worden verholpen of voorkomen met buitengewone en zeer kostbare voorzieningen.

De tienjaarstermijn is dus geen algemene garantie op het werk. Voor toepassing daarvan moet worden beoordeeld of aan het betreffende criterium is voldaan. Ook de overige voorwaarden voor aansprakelijkheid blijven van belang.

Het vertrekpunt is in beginsel de feitelijke datum van oplevering. Is in de Vraagspecificatie een onderhoudstermijn voorgeschreven, dan stelt § 28 lid 4 UAV-GC 2005 daarvoor de dag na het verstrijken van die termijn in de plaats. In deze zaak gold een onderhoudstermijn van twaalf maanden. De rechtsvordering was volgens het door de Hoge Raad weergegeven uitgangspunt van het hof na vijf jaar, maar nog net binnen tien jaar na die onderhoudstermijn ingesteld. Het onderscheid tussen beide termijnen was daardoor doorslaggevend voor de verdere beoordeling.

Kostbaar herstel is niet bij beide criteria vereist

Een geschilpunt was hoe de woorden ‘buitengewone en zeer kostbare voorzieningen’ moeten worden gelezen. Geldt deze eis ook wanneer het werk dreigt in te storten?

De Hoge Raad laat de uitleg van het hof op dit punt in stand: deze aanvullende eis hoort alleen bij de ongeschiktheid voor de overeengekomen bestemming. Bij dreigende instorting hoeft niet daarnaast te worden vastgesteld dat uitsluitend buitengewone en zeer kostbare voorzieningen uitkomst kunnen bieden.

Dat onderscheid is relevant voor de onderbouwing van een aanspraak. Wie zich beroept op dreigende instorting, hoeft volgens deze uitleg niet óók aan het aanvullende criterium over de aard en kosten van herstel te voldoen.

Beoordeel het gebrek niet alleen na veiligheidsmaatregelen

Op een ander punt corrigeert de Hoge Raad het hof wel.

Bij de beoordeling van het instortingsgevaar had het hof onder meer betekenis toegekend aan het gebruik van het gebouw nadat maatregelen waren genomen. Delen waren ontruimd en vloerdelen waren onderstempeld.

Volgens de Hoge Raad kon die situatie niet zonder nadere motivering bijdragen aan het oordeel over instortingsgevaar bij de oorspronkelijk beoogde belasting. Het hof mocht de vraag naar dreigende instorting niet beoordelen met inachtneming van juist de maatregelen die volgens het waterschap nodig waren om dat gevaar te voorkomen.

Veilig gebruik dankzij maatregelen is daarmee niet hetzelfde als de vaststelling dat het gestelde ernstige gebrek ontbreekt.

Wat betekent dit voor contractmanagement?

Naast de veiligheidsmaatregelen verdient ook de reikwijdte van deskundigenonderzoek aandacht. Het waterschap had aangevoerd dat een deskundige alleen berekeningen voor de eerste verdiepingsvloer had gemaakt en dat die geen conclusie over de andere vloeren konden dragen. Volgens de Hoge Raad bleek niet dat het hof deze essentiële stelling had meegewogen (rechtsoverweging 4.5).

De praktische les is om bij ieder rapport te controleren welke onderdelen, belastingen en gebruikssituaties zijn onderzocht. Sluit dat bereik aan op de volledige contractuele onderzoeksvraag? Een deelonderzoek vraagt een afzonderlijke onderbouwing voordat er bredere conclusies aan worden verbonden.

Verbind in het gebrekenregister iedere melding aan de overeengekomen eisen, bewijsstukken, maatregelen en een verantwoordelijke voor de vervolgstap. Houd de oorspronkelijke situatie en het gebruik na maatregelen herkenbaar uit elkaar. Leg bovendien de opleverdatum, een eventuele onderhoudstermijn, ontdekking en melding vast.

Controleer daarnaast welke contractversie, afwijkingen en termijnen van toepassing zijn. Ga er niet zonder beoordeling van uit dat een melding of aansprakelijkstelling voldoende is om een termijn voor het instellen van een rechtsvordering veilig te stellen.

De aansprakelijkheid staat nog niet vast

De Hoge Raad heeft het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Daarmee is nog niet definitief beslist dat ADS aansprakelijk is.

Ook relevant onder UAV-GC 2025

Het criterium voor dreigende instorting uit UAV-GC 2005 is inhoudelijk teruggekomen in § 28b lid 1 onder b UAV-GC 2025. De uitleg van de Hoge Raad biedt daarom ook voor die regeling een belangrijk aanknopingspunt. Dat is onze duiding van de vergelijking tussen beide versies: de Hoge Raad heeft in deze zaak uitsluitend over UAV-GC 2005 geoordeeld.

Onder UAV-GC 2025 moeten aansprakelijkheid, termijnen en schadevergoeding afzonderlijk worden beoordeeld. Controleer welke optie in artikel 13a van de Model Basisovereenkomst is overeengekomen en welke afwijkingen zijn vastgelegd. Paragraaf 28b regelt vervolgens beperkingen in tijd en in de aard en omvang van de schadevergoeding. De datum waarop het gebrek zich manifesteert, kan daarbij van belang zijn.

Ook onder 2025 lopen de vijf- en tienjaarstermijnen in beginsel vanaf de feitelijke datum van oplevering. Bij een in de Vraagspecificatie voorgeschreven onderhoudstermijn vervangt § 28b lid 5 dat vertrekpunt door de dag na afloop daarvan. Die verschuiving geldt hier alleen voor lid 1. De tweejaarsgrens voor de schadebeperkingen in de leden 2 en 3 verschuift daarmee niet mee. Voor contractmanagement betekent dit dat één algemene einddatum in het dossier niet volstaat.

Meer achtergrond over deze contractsystematiek staat in onze uitleg over UAV-GC.

Bronnen

Hoge Raad, 25 september 2026. Lees de uitspraak op Rechtspraak.nl.

ECLI:NL:HR:2026:1560. Relevante overwegingen: 3.4 t/m 3.7 en 4.3 t/m 4.7.

CROW: § 28b UAV-GC 2025 en toelichting bij artikel 13a van de Model Basisovereenkomst.

Het arrest betreft UAV-GC 2005. De praktische aandachtspunten en de betekenis voor UAV-GC 2025 zijn de duiding van Protitec. De overeengekomen contractstukken en omstandigheden blijven bepalend.

We onthouden je keuze maximaal 180 dagen. Je kunt die op ieder moment aanpassen via Cookie-instellingen onderaan de site.

Lees onze privacyverklaring