De oude Gerrit Krolbrug in Groningen na de aanvaring van mei 2021. Archieffoto van 18 mei 2021. Foto: Laurensvanheerde / Wikimedia Commons.
Bij een aanbesteding worden afspraken gemaakt die het project jarenlang kunnen bepalen. Welke ruimte heeft de aannemer om te ontwerpen? Op welke informatie mag hij vertrouwen? En hoe zijn onzekerheden over bodem, vergunningen en prijzen verdeeld? De antwoorden liggen vaak verspreid over de overeenkomst, de vraagspecificatie, annexen en nota’s van inlichtingen.
Een uitspraak van de rechtbank Den Haag over de vervanging van de Gerrit Krolbrug in Groningen maakt duidelijk hoe belangrijk het is om die stukken in samenhang te lezen. De voorzieningenrechter wees op 29 juni 2026 de vorderingen van een combinatie van Hollandia Infra en Strukton Infrastructure Specialties af. De uitspraak werd op 5 augustus gepubliceerd. Rijkswaterstaat mocht de aanbesteding voortzetten.
Een nieuwe brug, discussie over de contractvoorwaarden
Rijkswaterstaat besteedde het ontwerp en de uitvoering van de vervanging aan via een concurrentiegerichte dialoog, met toepassing van de UAV-GC 2025. Tijdens zo’n procedure kunnen opdrachtgever en gegadigden mogelijke oplossingen bespreken voordat de definitieve inschrijvingen worden ingediend.
De combinatie stelde onder meer dat bepaalde eisen niet samen uitvoerbaar waren, dat nauwelijks ontwerpvrijheid overbleef en dat risico’s onevenredig bij de opdrachtnemer werden gelegd. Ook vroeg zij om aanvullende informatie over eerdere onderzoeken en berekeningen.
Zij wilde dat Rijkswaterstaat de procedure zou opschorten, voorwaarden zou aanpassen of een extra dialoogronde zou houden. De rechter vond de bezwaren onvoldoende onderbouwd om de gevraagde maatregelen toe te wijzen. Dat is een oordeel over deze aanbesteding in kort geding. Het betekent niet dat iedere risicoverdeling onder de UAV-GC 2025 daarmee aanvaardbaar is.
Maak duidelijk waar eisen met elkaar botsen
Een belangrijk onderdeel van het geschil betrof de samenhang tussen vormgeving, technische ruimte, veiligheid en onderhoud. De combinatie voerde bijvoorbeeld aan dat de beschikbare ruimte in de heftorens onvoldoende was om aan de voorgeschreven trapbreedte te voldoen.
De rechter vond niet aannemelijk gemaakt dat de vereiste breedte onmogelijk was. Rijkswaterstaat had een validatie overgelegd waarin de trappen met die breedte waren ingetekend. Ook andere bezwaren, onder meer over technische ruimten en de bereikbaarheid voor inspecties, waren volgens de rechter onvoldoende uitgewerkt.
Daarbij speelde mee dat een beoordeling van machineveiligheid betrekking had op schetsontwerpen van de combinatie. Zonder voldoende toelichting op de uitgangspunten bewees die beoordeling nog niet dat de eisen van Rijkswaterstaat als geheel onverenigbaar waren. Deze afweging staat in rechtsoverwegingen 5.3 tot en met 5.9.
Voor contractmanagement ligt hier een praktische les: verbind een bezwaar aan de exacte eisen, de gebruikte uitgangspunten en de onderzochte oplossingen. Laat zien waar de spanning ontstaat en wat zij betekent voor veiligheid, uitvoerbaarheid, tijd of geld. Dat maakt het gesprek concreet en helpt beide partijen om een gerichte beslissing te nemen.
Veel eisen betekenen niet automatisch dat alle ontwerpkeuzes vaststaan
De combinatie stelde ook dat Rijkswaterstaat al zoveel ontwerpkeuzes had gemaakt dat een geïntegreerde ontwerp- en uitvoeringsopdracht niet passend was. Volgens haar lag toepassing van de UAV 2012 meer voor de hand.
De rechter volgde dat standpunt in deze zaak niet. Het bestaan van gedetailleerde eisen was onvoldoende om aan te nemen dat alle ontwerpvrijheid was verdwenen. De stelling dat alleen technische inpassing resteerde, was volgens de rechter onvoldoende onderbouwd; er waren nog alternatieve oplossingen mogelijk.
Voor een projectteam is daarom vooral de daadwerkelijke verdeling van ontwerpwerk relevant. Welke onderdelen zijn voorgeschreven? Welke keuzes staan nog open? En welke verantwoordelijkheid hoort bij die ruimte? Een eisenoverzicht krijgt pas betekenis wanneer het wordt verbonden met ontwerpbesluiten en de risico’s die daaruit voortkomen.
Lees de risicoverdeling als één geheel
Ook bij de beoordeling van de risicoverdeling keek de rechter naar de concrete afspraken. De plaats van de vraagspecificatie boven de UAV-GC 2025 in de rangorde van documenten was op zichzelf geen bewijs van een onevenwichtige verdeling.
Voor risico’s rond de bodem wees Rijkswaterstaat op verschillende voorzieningen. Er was een regeling voor archeologie, voor de sloop van alle landhoofden werd met stelposten gewerkt en bepaalde tijdrovende of kostbare verleggingen van kabels en leidingen waren of werden door Rijkswaterstaat verzorgd. De combinatie had onvoldoende aangevoerd om desondanks een disproportionele risicoverdeling aannemelijk te maken.
Bij prijsstijgingen betrok de rechter onder meer de regeling voor fluctuerende staalprijzen en de overeengekomen verrekening van wijzigingen in lonen en andere kosten. Deze afwegingen zijn terug te vinden in rechtsoverwegingen 5.13 tot en met 5.19.
Een risico beoordelen vraagt dus meer dan het aanwijzen van één belastende bepaling. Ook uitzonderingen, vergoedingsregelingen, beschikbare informatie en verantwoordelijkheden elders in het contract horen bij die beoordeling. Leg vervolgens vast welke onzekerheid werkelijk bij welke partij blijft liggen.
Benoem welke informatie nodig is en waarom
De combinatie verlangde daarnaast inzage in het validatieontwerp van Rijkswaterstaat en de bijbehorende onderzoeken en berekeningen. De rechter wees het verzoek om die stukken te verstrekken af. Daarbij maakte hij een onderscheid: de informatieplicht ziet op gegevens waarmee een inschrijver zich een voldoende reëel beeld kan vormen van de feitelijke fysieke en juridische toestand die hij zal aantreffen, zoals de bodemgesteldheid. Het ontwerp waarmee Rijkswaterstaat de maakbaarheid had laten valideren en de onderliggende stukken zagen volgens de rechter niet op die daadwerkelijke toestand en vielen daarom niet onder deze informatieplicht. Deze afweging staat in rechtsoverweging 4.5.
Daarmee vervalt de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor informatie niet. De rechter betrok ook de regeling in § 3 UAV-GC 2025 over verstrekte en ontbrekende informatie. Of de opdrachtgever voor ontbrekende of onvolledige informatie verantwoordelijk is, hangt af van de voorwaarden van die regeling en de omstandigheden van het geval.
Voor de voorbereiding betekent dit: maak specifiek welke gegevens ontbreken, voor welke beslissing ze nodig zijn en welk gevolg het ontbreken heeft. Een gericht informatieverzoek helpt om onderscheid te maken tussen noodzakelijke projectinformatie en onderzoek dat binnen de eigen ontwerpverantwoordelijkheid valt.
Van dialoog naar een bruikbaar contractdossier
De uitspraak onderstreept voor Protitec dat contractmanagement al tijdens de voorbereiding en aanbesteding nodig is. Technische zorgen moeten worden vertaald naar duidelijke vragen, onderbouwde risico’s en controleerbare afspraken.
Dat vraagt om samenwerking tussen ontwerpers, kostendeskundigen, planners en contractmanagers. Een bruikbaar dossier verbindt de relevante eis met het gekozen uitgangspunt, de beschikbare informatie, het antwoord van de opdrachtgever en het besluit dat daarop volgt. Daarbij moet zichtbaar blijven welke verduidelijkingen daadwerkelijk onderdeel worden van de contractstukken.
Na gunning moet die kennis meegaan naar het uitvoeringsteam. Anders kunnen aannames uit de inschrijving verdwijnen, terwijl zij wel bepalend zijn geweest voor prijs, planning en aanpak. Ook toezeggingen uit de aanbieding verdienen een plek in de projectbeheersing: wie is verantwoordelijk voor de uitvoering en hoe wordt het resultaat aangetoond?
Protitec ondersteunt bij het opstellen en beoordelen van contractstukken en bij project- en contractmanagement. We brengen techniek, informatie en afspraken bij elkaar, zodat een projectteam weet waarop het kan sturen en welke keuzes nog nodig zijn.
Een goed contractdossier begint bij de vragen die vóór de inschrijving worden gesteld. Bekijk hoe Protitec daarbij kan ondersteunen.
Bronnen
- Rechtbank Den Haag, 29 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21825, gepubliceerd op 5 augustus 2026. Zie met name rechtsoverwegingen 4.4–4.6 over informatie, 5.3–5.12 over eisen en ontwerpvrijheid, 5.13–5.19 over risicoverdeling en 5.22–5.23 over de dialoog en de uitkomst.
- Rijkswaterstaat: achtergrond bij de vervanging van de Gerrit Krolbrug.
Dit artikel bespreekt de uitspraak en geeft de praktische duiding van Protitec voor project- en contractmanagement.